

Ook wel
Langesleatterman
Spook van de Langesloot
Soort
Spook
Voorkomen
Earnewâld


Beschrijving
De Langesleatten Man is een spook dat bij de Lange Sleatten rondwaart, in de buurt van Earnewâld. Hij draagt een zwarte tabberd en verschijnt zodra het nacht is geworden. Het spook ziet eruit alsof hij met berouw aan het bidden is, met het hoofd gebogen naar de grond.
De slachtoffers van de Langesleatten Man
Toch is de Langesleatten Man absoluut geen onschuldig spook. Hij heeft voor veel angst in de omgeving van het kanaal gezorgd en belaagt vaak de mensen die in zijn gebied komen. Soms gaat dit zelfs zo ver dat voor een aantal mensen het ook niet goed afliep.
De Vissersdochter
Zo was er een keer, lang geleden, een vissersdochter die de wacht moest houden over haar vaders boot en de uitgezette fuiken. Haar vader was er niet omdat hij nog wat zaken moest doen in Earnewâld. Het bewaken van de boot stelde niet veel voor, tot het avond werd. Langzaam trok er een dichte mist over de velden. Achter het riet bij de oever dacht de vissersdochter een schim te zien. Het leek net een mens, en het meisje ging gelijk met haar vaders boot richting de overkant varen. Alleen had dat maar weinig zin; de gedaante stapte gewoon met een paar grote passen over het water. Ze realiseerde zich toen dat ze te maken had met een spook en besloot dat ze zo snel mogelijk naar Earnewâld moest gaan. Ze ging naar een schuit en schoof met al haar macht het bootje vooruit. Het spook bleef haar volgen van een afstand, maar het lukte haar uiteindelijk toch Earnewâld te bereiken en naar haar vader te gaan. Die was echter niet al te blij toen hij haar zag. Ze had zijn schip en de fuiken onbewaakt achtergelaten. De vissersdochter werd gelijk teruggestuurd naar het schip. Wel ging er een jongen mee voor gezelschap en om de schrik te minderen, maar uiteindelijk was het hele gebeuren toch te veel voor haar geweest. Twee dagen later was ze overleden.
De Schipper
Het tweede slachtoffer van de Langesleatten Man was iemand die niet geloofde in spoken. Een schipper en zijn knecht voeren een keer langs de Lange Sleatten naar Earnewâld. Het was laat en de twee hadden een zware dag achter de rug. De schipper stuurde zijn schip naar de wal van het kanaal en wilde er zo de nacht doorbrengen. De knecht wist echter dat er een spook rondliep bij het water en probeerde de schipper over te halen ergens anders te overnachten, maar deze geloofde niet in spoken en dus werd het vaartuig toch vastgelegd. De knecht lukte het niet in slaap te vallen, hoe moe hij ook was. Hij wist dat er een ongeluk zou gebeuren. De volgende morgen hing er een dikke nevel over de polder. Land en water waren niet meer van elkaar te onderscheiden. De schipper was bezig van zijn schip te gaan, maar in plaats van dat hij op land stapte, viel hij in het kanaal en verdronk. Blijkbaar had het spook die nacht de boot losgemaakt, naar de overkant geschoven zonder het te draaien en daar weer vastgemaakt, waardoor de schipper aan de verkeerde kant uitstapte. Sindsdien bleef er nooit meer ‘s nachts een schip liggen in de Lange Sleatten.
De Schaatser
Maar het bleef niet bij twee slachtoffers. Ook een schaatser viel ten prooi aan de Langesleatten Man. Een keer wilde een man van Earnewâld naar Warten schaatsen. Het was namelijk een mooie heldere avond. De sterren schitterden aan de hemel, het ijs was perfect, en al snel verscheen er een zwart spook dat hem achtervolgde. De schaatser schrok zich een hoedje toen hij de schim opmerkte. Hij ging meteen sneller schaatsen, maar het spook hield hem zonder probleem bij. De man probeerde met al zijn kracht de schim uit zijn buurt te houden, maar het maakte niet uit hoe snel hij ging, het spook bleef altijd op dezelfde afstand achter hem. Op een gegeven moment vloog hij zowat over het ijs. Echter bleef hij uit angst ook omkijken of de schim hem nog steeds volgde, en zag daardoor te laat dat er een wak in het ijs zat. Hij schaatste er in en hoorde nog even een honende lach over zijn hoofd gaan. Door de grote snelheid van het schaatsen kwam hij met zijn hals tegen de scherpe rand van het ijs aan, en werd zijn hoofd zo van zijn lichaam gesneden. Het hoofd gleed verder over het ijs, en de romp ging nog even snel onderwater door, waarna ze bij het volgende wak weer samenkwamen. Vanwege de kou vroor het hoofd gelijk vast aan het lichaam. Omdat het allemaal zo snel ging, had de man er uiteindelijk niets van gemerkt en klom vervolgens uit het water. Hij liep naar een bakkerij om zichzelf op te warmen en ging zitten bij de oven. Maar zijn bevroren hals ontdooide daardoor ook. Toen de schaatser zijn neus wilde snuiten, raakte het hoofd los van het lichaam en viel in de bak met gloeiende kolen. En zo was het derde slachtoffer van de Langesleatten Man gevallen.

Bronnen
- Halbertsma, E.H. (1849). De Langesleattemer Man.
- Dykstra, W.G. (1892). Uit Friesland’s volksleven van vroeger en later I. pp. 146-148.
Categorieën
Friese wezens
Basilisk • Boezehappert • Draak van Rodeklif • Dúnaters • Grijpvogel • Lampkekatten • Langesleatten Man • Nachtmerrie • Pok • Slepers • Tjatteljúed • Watterswyn • Weerwolf • Witte Wieven • Wylde Wrigge
Spoken
Barneman • Bornes • Langesleatten Man • Ridder Koenraad • Tientônelfrib • Tjatteljúed • Wilde Jager • Zwaardman







Geef een reactie